Flosofen over eenzaamheid Copy
In dit hoofdstuk kijken we naar de opvatting van een 7 tal filosofen over eenzaamheid. Dit kan niet anders dan een heel summier inzicht geven in de visies van mensen die hun hele leven gewijd hebben aan het nadenken over de dingen des levens…
Toch kun je uit deze ideeën in grote lijnen terugvinden wat de basis is van de vele opvattingen over eenzaamheid die we vandaag de dag tegen komen.
Filosofen bemoeien zich met het hele leven, dus er is nauwelijks een filosoof te vinden die het niet over eenzaamheid heeft. Maar niet iedereen ziet dit als een onderwerp waar apart aandacht aan moet worden gegeven. De onderstaande filosofen deden dat wel.
Achtereenvolgens behandelen we:
Aristoteles (-384 – -322)
Jean-Paul Sartre (1905 – 1980)
Martin Heidegger (1889 – 1976)
Hannah Arendt (1906 – 1976)
Bertrand Russell (1872 – 1970)
Ben Mijuskovic (1937)
Marjan Slob (1964)
Aristoteles
Aristoteles’ perspectief op eenzaamheid is diep verweven met zijn visie op vriendschap en de menselijke natuur, zoals uiteengezet in zijn “Nicomacheïsche Ethiek”. Voor Aristoteles zijn mensen van nature sociale wezens, en de hoogste vorm van menselijke bloei (eudaimonia) kan alleen worden bereikt binnen de context van een gemeenschap.
Aristoteles onderscheidt drie soorten vriendschap: die gebaseerd op nut, plezier en deugd. De hoogste vorm van vriendschap, gebaseerd op deugd, wordt gekenmerkt door wederzijdse welwillendheid en een gedeeld streven naar het goede leven. In deze context kan eenzaamheid worden begrepen als de afwezigheid van ware vriendschap, met name het op deugd gebaseerde soort.
Voor Aristoteles is eenzaamheid niet alleen de staat van alleen zijn, maar eerder het gebrek aan betekenisvolle verbindingen die bijdragen aan iemands morele en intellectuele groei. Hij stelt dat een leven zonder vrienden essentiële menselijke zaken mist, ongeacht andere voordelen die men mogelijk heeft.
In de klinische praktijk zou een Aristoteliaanse benadering zich kunnen richten op het helpen van individuen bij het ontwikkelen van het vermogen tot op deugd gebaseerde vriendschappen en het vinden van betekenisvolle manieren om bij te dragen aan hun gemeenschap.
Jean-Paul Sartre
Voor Sartre is eenzaamheid een inherent onderdeel van de menselijke conditie. Volgens hem zijn we fundamenteel alleen in ons bestaan, verantwoordelijk voor het creëren van onze eigen betekenis in een universum dat geen vooraf bepaald doel heeft. Dit kan leiden tot een diep gevoel van existentiële eenzaamheid of angst.
Sartres concept van ‘kwade trouw’ (mauvaise foi) is relevant voor het begrijpen van eenzaamheid. Kwade trouw verwijst naar het zelfbedrog waarbij individuen hun fundamentele vrijheid en verantwoordelijkheid ontkennen. In de context van eenzaamheid kan iemand te kwader trouw zijn door anderen de schuld te geven van zijn isolement of door zich te conformeren aan de maatschappelijke verwachtingen in plaats van op authentieke wijze zijn pad te kiezen.
Het begrip ‘de blik’ (le Consider) in de filosofie van Sartre heeft ook betrekking op eenzaamheid. ‘De blik’ verwijst naar de ervaring van gezien worden door een ander, wat volgens Sartre ons objectiveert en kan leiden tot een gevoel van vervreemding. Paradoxaal genoeg kan juist hun aanwezigheid, terwijl we verbinding zoeken met anderen, onze fundamentele afgescheidenheid versterken.
Sartre’s beroemde citaat “De hel, dat zijn de andere mensen” uit zijn toneelstuk “No Exit” wordt vaak verkeerd begrepen. In plaats van te suggereren dat we anderen moeten vermijden, benadrukt het de spanning tussen onze behoefte aan anderen en de manier waarop hun aanwezigheid onze vrijheid en zelfbeeld kan bedreigen.
In de praktijk zou een Sartreaanse benadering van eenzaamheid kunnen inhouden dat mensen worden geholpen hun existentiële eenzaamheid onder ogen te zien en betekenis te vinden door middel van authentieke keuzes. Het zou het omarmen van je vrijheid en verantwoordelijkheid aanmoedigen, zelfs als je geconfronteerd wordt met existentiële angst. Het doel zou niet noodzakelijkerwijs zijn om eenzaamheid uit te bannen, maar om er authentiek mee te leven en het te gebruiken als katalysator voor zelfontdekking en persoonlijke groei.
Martin Heidegger en In-de-wereld-zijn
De filosofie van Martin Heidegger, in het bijzonder zijn concept van ‘In de wereld zijn’ (In-der-Welt-sein), biedt een uniek perspectief op eenzaamheid. Heideggers benadering concentreert zich op de aard van het menselijk bestaan, dat hij ‘Dasein’ (letterlijk ‘er-zijn’) noemt.
Voor Heidegger wordt de mens in een wereld van betekenissen, relaties en mogelijkheden ge. We bestaan niet als geïsoleerde subjecten die tegenover een externe wereld staan, maar als wezens waarvan de essentie inhoudt dat we ingebed zijn in een context van betekenis. Dit suggereert dat eenzaamheid niet onze standaardtoestand is, maar eerder een manier van zijn die ontstaat wanneer onze verbindingen met de wereld en anderen worden verstoord.
Heideggers concept van ‘zorg’ (Sorge) staat centraal in het begrijpen van eenzaamheid. Zorg is de basisstructuur van het Dasein en omvat onze zorgzame omgang met de wereld en onze zorg voor anderen. Eenzaamheid zou in deze context gezien kunnen worden als een verstoring van de structuur van de zorg, een gevoel van ontkoppeling met de wereld en anderen waar we fundamenteel op gericht zijn.
Het onderscheid tussen authenticiteit (Eigentlichkeit) en on-authenticiteit (Onechtheid) in de filosofie van Heidegger is ook relevant. Authentiek bestaan houdt in dat je je eindige aard en mogelijkheden bezit, terwijl een onecht bestaan inhoudt dat je jezelf verliest in de anonieme massa (das Man). Paradoxaal genoeg kan het streven naar authenticiteit aanvankelijk de gevoelens van eenzaamheid vergroten als je je onderscheidt van de massa, maar het opent ook de mogelijkheid voor meer authentieke verbindingen.
Heideggers concept van ‘zijn-naar-de-dood’ (Sein-zum-Tode) heeft betrekking op eenzaamheid in die zin dat de confrontatie met onze sterfelijkheid ons gevoel van individueel bestaan en potentieel isolement kan vergroten. Het kan echter ook leiden tot een meer authentieke manier van zijn en een diepere waardering voor onze verbindingen met anderen en de wereld.
In de praktijk zou een Heideggeriaanse benadering van eenzaamheid kunnen bestaan uit het helpen van individuen om opnieuw verbinding te maken met hun fundamentele ‘in-de-wereld-zijn’. Dit zou onder meer kunnen inhouden dat wordt onderzocht hoe zij zijn losgeraakt van hun betekenisvolle context en dat zij betekenisvolle manieren kunnen herontdekken om met de wereld en anderen om te gaan. Het zou ook het stimuleren van authenticiteit inhouden, zelfs als dit in eerste instantie het gevoel van afgescheidenheid van anderen vergroot.
Hannah Arendt
Hannah Arendt’s perspectief op eenzaamheid is uniek omdat ze het niet alleen verbindt met individuele ervaring, maar ook met politieke en sociale structuren. Haar werk, met name “De Oorsprong van het Totalitarisme”, biedt diepgaande inzichten in de aard en gevolgen van eenzaamheid.
Ze stelt dat eenzaamheid leidt tot het uit elkaar vallen van sociale structuren, dat mensen daardoor niet meer met elkaar ervaringen uitwisselen wat tot gevolg heeft dat ze het verschil tussen feit en fictie niet meer kennen. Mensen zouden aangetrokken zijn door totalitaire ideeën omdat die een gevoel van erbij horen zouden bieden.
Ze stelt dat totalitaire regimes eenzaamheid uitbuiten door openbare ruimtes te sluiten en ook door het verspreiden van propaganda die inspeelt op het gevoel van onveiligheid dat eenzaamheid oproept. Daardoor worden mensen nog meer van elkaar vervreemd en zo ben je dan op een weg naar een totalitaire staat.
Arendt onderscheidt drie verwante maar verschillende concepten: eenzaamheid, isolatie en afzondering. Afzondering is voor Arendt een positieve toestand waarin men zichzelf gezelschap houdt in gedachten. Isolatie verwijst naar een politieke toestand waarin men niet in staat is om in de publieke sfeer te handelen. Eenzaamheid, de meest ernstige van de drie, is een toestand van verlatenheid waarin men zich overbodig voelt voor de wereld.
Voor Arendt is eenzaamheid niet alleen een psychologische toestand, maar een politiek probleem. Ze stelt dat massale eenzaamheid een voorwaarde is voor totalitarisme.
In de praktijk zou een Arendtiaanse benadering van eenzaamheid het erkennen van de politieke en sociale dimensies ervan inhouden. Het zou zich kunnen richten op het helpen van individuen om niet alleen interpersoonlijk, maar ook burgerlijk opnieuw verbinding te maken, door betrokkenheid bij het openbare leven en collectieve actie aan te moedigen.
Bertrand Russel over de verovering van het geluk
Bertrand Russell’s benadering van eenzaamheid is pragmatisch en optimistisch, zoals uiteengezet in zijn werk “De Verovering van het Geluk”. Hoewel niet exclusief gericht op eenzaamheid, biedt Russell’s filosofie waardevolle inzichten in hoe men gevoelens van isolatie kan overwinnen en een gevoel van tevredenheid kan bereiken.
Voor Russell is eenzaamheid vaak het resultaat van overmatige zelfabsorptie. Hij stelt dat veel mensen eenzaam worden omdat ze te gefocust zijn op zichzelf, hun eigen verlangens en hun eigen problemen. Het remedie is volgens Russell het cultiveren van interesses buiten zichzelf en actief bezig zijn met de wereld en anderen.
Russell benadrukt het belang van zinvol werk bij het bestrijden van eenzaamheid. Hij gelooft dat een doel hebben en zich nuttig voelen gevoelens van isolatie aanzienlijk kan verminderen.
In de praktijk van de hulpverlening zou een Russelliaanse benadering van eenzaamheid kunnen inhouden dat cliënten worden aangemoedigd om nieuwe interesses te ontwikkelen en deel te nemen aan zinvolle activiteiten. Het zou zich richten op het helpen van individuen om een evenwicht te vinden tussen zelfstandigheid en sociale verbondenheid, en op het cultiveren van een gevoel van levenslust.
Ben Mijuskovic – gedreven door eenzaamheid
Ben Mijuskovic, een Amerikaanse filosoof en psychotherapeut, heeft uitgebreid gepubliceerd over het onderwerp eenzaamheid. Mijuskovic stelt dat eenzaamheid een fundamenteel en onontkoombaar onderdeel is van de menselijke conditie. Hij ziet het als een a priori voorwaarde van het menselijk bewustzijn, wat betekent dat het inherent is aan onze aard als denkende, zelfbewuste wezens.
Centraal in zijn theorie staat het idee dat bewustzijn zelf een gevoel van afgescheidenheid van de wereld en anderen creëert, wat leidt tot een intrinsiek gevoel van isolatie. Deze eenzaamheid is niet alleen een psychologische toestand, maar een ontologische toestand; het is verbonden met ons wezen.
Mijuskovic stelt dat al het menselijk gedrag en alle culturele prestaties kunnen worden opgevat als pogingen om aan deze fundamentele eenzaamheid te ontsnappen of deze te verzachten. Dit omvat onze bezigheden op het gebied van filosofie, religie, kunst en zelfs onze dagelijkse sociale interacties.
Mijuskovic ziet waarde in filosofische contemplatie als een manier om in het reine te komen met eenzaamheid. Het onderzoeken van existentiële vragen en het omgaan met filosofische ideeën kan volgens hem een raamwerk bieden voor het begrijpen en omgaan met onze eenzaamheid. Hij benadrukt dat we eenzaamheid weliswaar nooit volledig kunnen uitbannen, maar dat we er wel mee kunnen leren omgaan. Mijuskovic suggereert dat het begrijpen van onze inherente eenzaamheid kan leiden tot een groter zelfbewustzijn en meer authentieke relaties.
Marjan Slob over eenzaamheid
De Nederlandse Marjan Slob verkent in haar boek ‘De lege hemel’ het concept van eenzaamheid vanuit een filosofisch en persoonlijk perspectief. Eenzaamheid is volgens haar pas eenzaamheid als mensen met behulp van taal dit gevoel duiden. Dat houdt volgens haar dan ook in dat eenzaamheid niet door dieren kan worden ervaren. Slob’s benadering nodigt uit tot een diepere, meer genuanceerde kijk op eenzaamheid, waarbij ze de lezer aanmoedigt om eenzaamheid te zien als een complex en potentieel waardevol aspect van het menselijk leven.
Haar belangrijkste standpunten die zij in heer boek ‘De lege Hemel’ poneert zijn:
1. Eenzaamheid is een existentiële conditie: Slob ziet eenzaamheid niet alleen als een sociaal probleem, maar als een fundamenteel aspect van het menselijk bestaan.
2. Eenzaamheid is een in principe positieve ervaring: Slob stelt voor om eenzaamheid niet alleen als iets negatiefs te zien, maar ook als een mogelijkheid voor zelfreflectie en persoonlijke groei.
3. Culturele context: Slob plaatst eenzaamheid in een bredere culturele context, waarbij ze de rol van moderne technologie en individualisme in onze ervaring van eenzaamheid onderzoekt. Ze doet daarbij overigens geen harde uitspraken over wat goed of fout zou zijn. Wel wijst ze op het gegeven dat veel technologische interacties oppervlakkige verbindingen zijn.
Marjan Slob denkt dat verbinding met de natuur een manier kan zijn om eenzaamheid te verzachten en een gevoel van verbondenheid te hervinden. Slob pleit voor een zekere mate van acceptatie van eenzaamheid als onderdeel van het leven, in plaats van het te zien als iets dat volledig overwonnen moet worden. Ze ziet artistieke en creatieve uitingen als manieren om eenzaamheid te verwerken en te communiceren.
Samenvatting
Deze filosofische perspectieven bieden diverse uitgangspunten voor het aanpakken van eenzaamheid:
1. Aristoteles benadrukt het cultiveren van op deugd gebaseerde vriendschappen en het deelnemen aan het gemeenschapsleven.
2. Sartre’s existentialistische visie moedigt aan om de fundamentele alleenheid te omarmen en betekenis te vinden door authentieke keuzes.
3. Heidegger’s concept van “In-de-Wereld-Zijn” suggereert het opnieuw verbinden met dat wat van betekenis is en het nastreven van authentiek bestaan.
4. Arendt’s politieke perspectief benadrukt burgerlijke betrokkenheid en collectieve actie.
5. Russell’s pragmatische filosofie richt zich op het cultiveren van interesses buiten zichzelf, het aangaan van zinvol werk, en het ontwikkelen van “levenslust”.
6. Ben Mijuskovic geeft ideeën die eigenlijk indruisen tegen zijn opvatting dat eenzaamheid onontkoombaar is: verbind je, geef betekenis aan je leven, wees cultureel actief.
7. Marjan Slob pleit vooral voor acceptatie van eenzaamheid als een gegeven dat nu eenmaal bij het leven hoort. De natuur in gaan zou verzachtend zijn.
Verder lezen?
Je kunt natuurlijk in het werk van deze filosofen duiken. Maar er zijn er nog meer die iets te melden hebben over eenzaamheid. Bijvoorbeeld:
- Søren Kierkegaard (Denemarken): Hij onderzocht eenzaamheid in verband met individualiteit en geloof.
- Emmanuel Levinas (Frankrijk/Litouwen): Hij besprak eenzaamheid in relatie tot ethiek en de ontmoeting met de Ander.
- Cornelis Verhoeven: Hij schreef over eenzaamheid in het kader van contemplatie en levensbeschouwing.
- Patricia de Martelaere: Zij behandelde eenzaamheid in haar essays over existentiële thema’s.
- Joke Hermsen: Zij heeft geschreven over eenzaamheid in relatie tot tijd, stilte en creativiteit.
- Lars Svendsen: Hij schreef het boek ‘A Philosophy of Loneliness’. Een zoektocht, waarin hij zich verbaast over alles wat hij niet wist…
- Cees Zweistra: hij schreef het boekje ‘Verkeerd verbonden’.
