Opdracht 3 – Prietpraat Copy

Ga naar de supermarkt, koop een kleinigheid en reken af. Bij de kassa kijk je de caissière aan en je begint een klein gesprekje.

Voor deze hele week: het experiment ‘prietpraat’! Dit lijkt een aardige, misschien wat flauwe suggestie, maar ik wil dat je het bloedserieus aanpakt. Begin meteen de eerstvolgende keer dat je buitenkomt. Was je niet van plan naar buiten te gaan deze week, jammer dan, dat is verplicht, het hoort bij de cursus. Ook deze opdracht is niet als kritiek bedoeld, of omdat je zo’n onaardig mens bent en dus nodig eens moet leren praten. Het is bedoeld om je bewust te maken van je uitstraling. Niet als een gedachte-experiment, niet om achter je bureau te blijven zitten en van jezelf te denken: ‘ach, eigenlijk ben ik best vriendelijk’, maar om in de echte wereld te ervaren, te voelen, welk effect jouw houding heeft op een ander.

Gespreksstof

Dit geeft je de kans gespreksstof voor te bereiden. let op! Drie zinnetjes is meer dan genoeg.

Verlegen? Je weet niet wat je moet zeggen? Je hoeft je hele leven nooit ofte nimmer om een gespreksonderwerp verlegen te zitten. Er is namelijk één onderwerp dat alle mensen het meest interesseert en dat is: zijzelf. Het mooie is dat je op die manier een prachtig selectiemiddeltje hebt om vrienden mee te vinden.

Het is simpel. Als je iemand ontmoet vraag je naar het leven van die ander. Bedenk zelf vragen, dat maakt het leuker. Bedenk wat jou interesseert. Daar kun je dan naar vragen, en zo merk je meteen of je gezamenlijke interesses hebt.

Voorbeeld

Bijvoorbeeld: jij houdt van shoppen, terrasjes pakken en doe-het-zelven. Dan zou je aan iemand vragen kunnen stellen om erachter te komen of die dat ook leuk vindt. Begin met algemene vragen. Bijvoorbeeld waar ze geboren zijn, of ze hier al lang wonen, wat hun vakantieplannen zijn… daar kun je dan weer op voortborduren.

Als iemand vertelt dat ie naar Griekenland gaat, kun je vragen hoe vaak ze daar al zijn geweest. Zo kom je langzamerhand te weten wat jij wilt weten, namelijk of dit een leuk iemand is om meer mee uit te wisselen. Dan kun je het gesprek eens sturen in de richting van: in Griekenland op terrasjes zitten, en dan ben je bij jou aangekomen… want dat vind jij ook heerlijk!

Als het je alleen te doen is om een gesprek gaande te houden, kom op, zeg… dat is toch niet jouw opdracht in het leven? Daar is de ander net zo goed verantwoordelijk voor!

In het algemeen: interesse tonen in de ander is de eerste stap op weg naar contact. Blijft die ander alleen over zichzelf praten en is er geen wedervraag? Dat kun je natuurlijk ook gewoon bespreken. Door te zeggen: ‘ik heb het gevoel dat ik steeds degene ben die… ik zou het fijn vinden als jij….’

Het is geen garantie dat er dan van alles verandert. Mar dan heb je in elk gevel gedaan wat je kon. En als de ander daar niet aan mee doet? Doei! Wegwezen.

Het belangrijkste: stel een vraag die je niet met ja of nee kunt beantwoorden, maar waar iemand uitgebreid op in moet gaan (ook wel ‘open vragen’ genoemd).

Begin je vragen dus bij voorkeur met wat of hoe.

Met deze extra opdracht help je jezelf: Stel je voor dat je in gesprek bent met iemand. Maak tien vragen die je zou kunnen stellen en schrijf ze op. Zo heb je je eigen databank achter de hand.

Succes!