Waarom patronen?

Doelen en resultaten

In module drie over oplossingsgericht werken proefde je al aan het belang van positieve patronen. In deze les legt Jeannette diepgaander uit wat het belang hiervan is.

Na deze les ben je gemotiveerd en overtuigd om je eigen patronen te leren kennen en aan te pakken of bij te slijpen. Een stap verder op weg naar een echte Specialist Eenzaamheid.

Stap 2

Bekijk de video over Patronenhttps://player.vimeo.com/video/339741266?dnt=1&app_id=122963

Stap 3

Lees CPPC bij eenzaamheid

In 1988, zo’n dertig jaar geleden, herschreef ik het boek ‘Het Professionele Tweegesprek’ van Gevers, Kapsenberg en Straatman[i]. Dat was niet de eerste keer dat ik te maken had met professionele gesprekken, maar wel de eerste keer dat ik uitgebreid meewerkte aan een publicatie daarover. In de dertig jaar die erop volgden is er heel veel gebeurd in de praktijk van de gespreksvoering.

Nieuwe inzichten leidden tot nieuwe gebruiken, een aantal zaken bleef stug overeind. Hoe vragen leiden tot antwoorden, daar is in de loop van de tijd niet veel aan veranderd. Wat we daarvan weten daarentegen wel. Hoe de hersenen bepaalde informatie verwerken weten we steeds beter uit met name neuropsychologisch onderzoek. Dat betekent dat we steeds beter inzicht krijgen in wat het effect is van onze communicatie en van het stellen van bepaalde vragen.

Daarnaast is er in de afgelopen tijd een beweging op gang gekomen die het denken over gespreksvoering in de hulpverlening op de helling zet. Waar decennia lang de overtuiging heerste dat het nodig is problemen te verhelderen voor je ze kunt oplossen, is meer en meer de opvatting gaan leven dat juist het praten over problemen wel eens de oplossing in de weg kan staan. Dit past in de stroming van positieve gezondheid[ii] en oplossingsgericht werken[iii].

Patronen in communicatie

Elke vorm van communicatie kent een eigen patroon. Met je kind praat je anders dan met je oma, met de dokter praat je anders dan met de leraar op school, met je geliefde praat je anders dan met de buurman waar je ruzie mee hebt. In hulpverlening zijn bepaalde patronen gebruikelijk. Het zijn patronen die voortvloeien uit het feit dat de ene persoon vraagt om hulp en de ander geacht wordt die te kunnen leveren. Dat bepaalt voor een deel hoe de conversatie verloopt. Omdat wij het zijn die gevraagd worden te helpen, zijn wij ook degenen die het patroon van het gesprek kunnen bepalen. Dat geeft ons de kans een patroon te vormen dat helpend is voor de cliënt/patiënt. Zouden we dat niet bewust doen, dan lopen we de kans een patroon toe te passen dat niet helpend is.

Wanneer iemand bij ons komt met een probleem, vormt dat voor ons een uitnodiging die ander te erbij te helpen zelf het probleem zo mogelijk op te lossen. Niet wij lossen het probleem op, maar de persoon zelf. Dat maakt sterk, dat geeft zelfvertrouwen en bovendien, het is de enige oplossing die door iemand zelf zal worden geaccepteerd. Aan ons de taak om het gesprekspatroon zodanig vorm te geven dat dit mogelijk wordt.

Aan ons daarom ook de taak het gesprek zodanig in te richten dat de ander op ideeën komt die bijdragen aan het vinden van een oplossing voor het probleem. Dat betekent: directief werken. Niet in de richting van een oplossing die wij in ons hoofd hebben, maar een oplossing die de ander bedenkt. Dat is het directieve deel van deze aanpak.

Anderzijds is het uiteraard zo dat de cliënt of patiënt de oplossing voor diens probleem niet heeft, anders zat hij of zij niet bij ons in de stoel. We zullen dus moeten zorgen dat we in elk geval weten wat wel en niet verstandig is bij het helpen van mensen die zich eenzaam voelen. Zo kunnen we de ander helpen in een richting die inderdaad een oplossing biedt.

Positief formuleren helpt al

Zo is het belangrijk dat in al je uitspraken de positieve bewoordingen zitten. 

Voorbeelden:

  • Ik vind het niet fijn / vervelend als je me onderbreekt.
  • Je kijkt niet erg blij / wat kijk je sip
  • Het gaat slecht / het gaat niet goed

Wie zich oefent in het positief formuleren heeft een prachtig instrument in handen dat altijd en overal te gebruiken is.

Positieve patronen zijn helpend, omzat ze in elk opzicht de cliënt ondersteunen om te denken in andere termen dan in ‘probleem-termen’. Positieve patronen vestig je allereerst door het gebruik van positieve termen. Een voorbeeld kan dat verhelderen.

Gesprek met een cliënt

De cliënt heeft een hulpvraag. Is bij de hulpverlener binnengekomen en zegt:

‘Ik hoop dat u me kunt helpen, ik voel me zo verschrikkelijk ellendig’

De goed opgeleide hulpverlener is empathisch, geeft woorden terug en zegt dus:

‘… Dus u voelt zich verschrikkelijk ellendig?’

Wat hier gebeurt is dit: de cliënt geeft met zeer negatieve bewoording weer hoe zij of hij zich voelt. De hulpverlener bekrachtigt deze uitspraak door het te herhalen. 

Dus hoewel het erg sympathiek lijkt, is het niet helpend. Er wordt niet voor niets gezegd: ‘waar je aandacht aangeeft, dat groeit…’

Helpend zou zijn, als de hulpverlener zou zeggen:

‘Ik hoop dat ik u kan helpen (merk op dat je op deze manier ook de woorden teruggeeft) , want ik gun het u dat u zich beter voelt.’

Een patroon is snel gevestigd

Het kost iemand milliseconden om te beslissen of iemand te vertrouwen is.[iv] Het kost maar één verkeerde eerste vraag en een gesprek heeft een patroon van negativiteit of van positiviteit. Ook hier is de eerste klap een daalder waard. Maar niet alleen de eerste vraag is van belang. Hoe je verder gaat is net zo belangrijk. Daarom leggen we de spelregels van het gesprek vast voor de cliënt. Die zijn eenvoudig. Nadat je rapport hebt gemaakt vraag je of het klopt dat de ander jouw hulp wil (Yes-set). Dan vraag je toestemming om wat vragen te stellen. Dan vertel je dat je de ander in elk geval steeds zal helpen door niet te praten over problemen, (daar weet de ander tenslotte al alles van), maar over hoe de ander verder wil en hoe we daar komen. Zeg ook dat het kan voorkomen dat je de ander misschien wel eens zult onderbreken om te zorgen dat het gesprek in een positieve richting blijft gaan. Dan ben je klaar om te beginnen.

Dat leidt tot dit stappenplan:

  1. Maak rapport
  2. Gebruik de yes set
  3. Licht de gespreksregels toe
  4. Achterhaal het doel van de ander
  5. Verhelder eventueel door schaalvragen
  6. Stel zg. ‘empowerende’ of krachtvragen.
  7. beëindig het gesprek met een doelstelling voor de ander en een afspraak voor de toekomst.

Wij noemen het: CPPC gespreksvoering. Het staat voor: Cultiveer Positieve Patronen in Conversaties.

Positieve patronen voor gevorderden

Het allerbelangrijkste in iedere vorm van hulpverlening of coaching is dat mensen hoop hebben op verbetering. Er is jarenlang onderzoek gedaan naar wat nu de doorslaggevende factoren zijn in hulpverlening (met name coaching en therapie). Steeds weer blijkt dat de verwachting dat het beter zal gaan, gecombineerd met een goede, warme relatie met de hulpverlener van doorslaggevend belang is.

De besproken technieken zijn geschikt voor ieder gesprek. Ze zijn geschikt om het mogelijke aanpakken on/of oplossen van een probleem te bespreken. (Chronische) eenzaamheid aanpakken vraagt om meer dan dit. Voor mensen met last van chronische eenzaamheid biedt het voeren van gesprekken als hulpverlening namelijk geen oplossing. Juist het cognitief functioneren is beperkter geworden. Het is dus niet slim om daar in eerste instantie een beroep op te doen. Het vraagt andere technieken om mensen te helpen hun brein weer anders in te zetten, waarna ze kunnen leren hoe ze relaties kunnen aangaan die bij ze passen en die de eenzaamheid opheffen

[i] Gevers, Kapsenberg en Straatman, https://iph.nl/ 

[ii] Zie Machteld Huber: https://iph.nl/

[iii] Lees meer over hoe je oplossingsgericht werkt hier, op de site van P&A

[iv] Onderzoek naar vertrouwen http://psych.nyu.edu/freemanlab/pubs/2014Freeman_JNeuro.pdf

Stap 4

De opdracht

Vertel eens aan iemand in je intervisiegroep in je eigen woorden waarom positieve patronen in communicatie belangrijk zijn. Zeker bij eenzaamheid.

Lukte het?

Geweldig, je oefent je argumenten die je nodig hebt voor lezingen of workshops.